Vanuit Natuurpunt Studie wordt er de laatste jaren – naast de andere meetnetten of telprojecten - meer en meer aandacht besteedt aan het in kaart brengen van schaarse en Bijzondere broedvogels in de respectievelijke projecten SBV en BBV. Daartoe werd begin dit jaar een nieuwe applicatie gelanceerd, waarmee we op regionaal niveau betere schattingen kunnen maken.

Dit is een eerste rapportage die we met behulp van deze nieuwe tool samenstelden. In de toekomst volgen zeker nog volledigere overzichten, waarbij we de cijfers zullen vergelijken met oudere data.

De aantallen die hieronder worden opgesomd, hebben zeker niet altijd betrekking op geslaagde broedgevallen met uitgevlogen jongen, maar zijn veeleer een indicatie van het aantal territoria in de regio. Naast het werkgebied van onze afdeling is daar vanuit het samenwerkingsverband van de vogelwerkgroep met Oude Spoorweg, ook Duffel en Kontich bij, het werkgebied van vwg Luscinia dus. Omdat het systeem niet toelaat halve gemeenten toe te voegen, zit heel de gemeente Ranst er eveneens bij. Ook dit hoort niet bij ons reguliere afdelingsgebied.

Voor enkele soorten is een inschatting bijna onmogelijk te maken, de Houtsnip is daar het beste voorbeeld van. Om Houtsnippen te inventariseren moet je geregeld in de schemering geschikte biotopen affietsen op -lopen. Iets wat in coronajaar 2020 niet evident was.

2020 had zeker positieve kanten: het was het startjaar voor een nieuwe Vlaamse Vogelatlas. In onze regio werden dit jaar 4 atlasblokken van 5x5km gebiedsdekkend onderzocht, wat dus neerkomt op 100 vierkante kilometer die grondig werden onderzocht. Dat heeft zeker bijgedragen aan betere cijfers in vergelijking met vorig jaar. Daarnaast zorgden de corona-beperkingen ervoor dat er intensiever in de regio werd rond gefietst, je kon immers nergens anders naartoe… Elk nadeel heb ’n voordeel… denken we dan maar. In 2021 en ’22 worden de overige atlasblokken in kaart gebracht, dat zal zeker bijkomende informatie opleveren.

Regionaal schaarse soorten

Er broeden ondertussen 5 paren Brandganzen en een 10-tal paren Grauwe Ganzen in onze regio, wat zeker niet voor iedereen even goed nieuws is. De Vlaamse broedpopulatie is de laatste 10 jaar enorm toegenomen, vaak met overbegrazing tot gevolg. Er waren 2 tot 5 paren Knobbelzwanen, waarvan er minstens één jongen grootbracht. Tafeleend kwam dit jaar waarschijnlijk  niet tot broeden in onze regio. Patrijzen blijven zeer gemakkelijk onder de radar. Om jongen vast te stellen moet je eigenlijk vooral in augustus op pad, wanneer de meeste broedvogelinventarisaties al gestopt zijn. Onze regio telt naar schatting nog 11 tot 20 Patrijzenparen. Bij 1 paar (Vanhool) werd zeker broedsucces (10 jongen) waargenomen. Er werden 8 tot 10 territoria van Dodaars en 11 tot 15 territoria van Fuut vastgesteld.

De geplande kolonietellling van Blauwe Reigers in het domein Ravenstein langs de Kesselsesteenweg viel in het water door de Corona-uitbraak en ook de jongen langs de waterbekkens konden daardoor niet worden geringd. Naar schatting telt onze regio 20 tot 25 broedparen. Paartjes Kieviten zitten erg gespreid en vooral de grotere ‘kolonies’ vallen op. Gelukkig zitten ze jaarlijks liefst in dezelfde omgeving. Een voorzichtige raming brengt ons op een verrassende 230 tot 240 broedparen. Het aantal jongen dat de landbouwactiviteiten en predatie overleeft, zal helaas véél lager liggen.

Roeken doen het de laatste jaren dan weer opvallend beter. Roekenkolonies moeten in maart worden geteld, want eens de bomen in blad staan is tellen een onmogelijke  opdracht. Voor dit jaar lag het aantal bezette nesten tussen de 41 en de 50 nesten, verspreid over 6 kolonies. De Koekoek heeft er een heel goed jaar opzitten en zo werd dat ook elders in Vlaanderen ervaren. Koekoeken leggen redelijke afstanden af binnen een territorium, wat het inschatten van het aantal niet vergemakkelijkt. Onze regio telt na analyse 39 territoria. Vorig jaar werd dat op 30 tot 35 geschat. Het opschorten van ringwerk maakt het moeilijk om de aantallen van uilen in te schatten, voor Kerkuil komt dat op 11 tot 15, voor Bosuil op 35 tot 45, voor Steenuil op 40 tot 50, en Ransuil is de moeilijkste, daarvan schatten we dat er nog 5 tot 10 territoria aanwezig zijn.

Zachte winters zijn tegenwoordig de normale verwachting en IJsvogels zijn daar niet rouwig om. In de onderzochte regio broedden dit jaar 14 à 16 paren. Oeverzwaluwen zijn een ander verhaal: hun glorietijd ligt al enkele decennia achter ons en we hadden dit jaar geen broedgevallen. We slagen er maar niet in deze eigenwijze koloniebroeder naar onze zelfgemaakte wanden te lokken. Eén kolonie settelde zich net buiten ons onderzoeksgebied op het grondgebied van Eeckhoven in Rumst. Anders is het voor de Huiszwaluw: voor deze soort heeft onze vogelwerkgroep wél het verschil kunnen maken, en hebben we heel concrete cijfers. Dit jaar spreken we over een totaal van 198 tot 210 nesten. De kolonies langs het Netekanaal in Lier alleen al scoorden een absoluut record met 175 bezette nesten (vorig jaar en in 2016 en een absoluut dieptepunt van in 2016).

Pas sinds 2018 worden in onze regio territoria van de Cetti’s Zanger vastgesteld. Vorig jaar spraken we nog over 16 tot 20 territoria, de soort heeft zich dus meteen van een afwezige/zeldzame naar een schaarse broedvogel gepromoveerd. Dit jaar was hij verspreid over de regio te horen waar het geschikte biotoop aanwezig was. Het aantal territoria ligt nu al op 32 tot 37 paren. Ook de Rietzanger lijkt zich wat te herpakken, we telden 21 tot 25 zangposten. Het is echter niet in te schatten hoeveel er daarvan echt tot broeden komen. Onze regio is doet het altijd goed wat Bosrietzanger betreft; dit jaar deden we een vrij grondige screening en kwamen we op een totaal van 255 tot 270 territoria. Voor Spotvogels is het altijd wat zoeken maar het intensieve atlaswerk hielp daar zeker bij.

De Huiszwaluwkolonie langs de Waversesteenweg: alle nesten bezet, er werden 6 natuurlijke nesten bijgebouwd (Foto: Gerald Driessens)

We schatten dat 2020 goed was voor 50 tot 60 territoria, dat is veel. In 2019 waren dat er 20, maar werd er toen wel minder intensief gezocht. Sprinkhaanzangers zijn soms tricky om te vinden; sommige zingen avonden na elkaar, anderen slechts sporadisch. Toch noteerden we 23 tot 28 territoria (18 tot 25 in 2019). Goudhaantjes zetten hun opmars verder met 41 tot 50 zangposten, en ook Vuurgoudhaantjes zitten schijnbaar in de lift, al broeden ze waarschijnlijk niet ieder jaar in onze regio. In 2020 waren er 5 territoria maar wellicht blijven er van beide soorten wel wat onder de radar. Met onze 3 Netevalleien scoren we altijd goed wat Blauwborst betreft. 2020 was goed voor 97 tot 110 zangposten. Nachtegalen deden het extreem goed dit jaar, iedereen die met de fiets door de Netevalleien toerde, merkte dat meteen. Met 59 tot 65 zangposten mogen we van een topscore spreken. In 2019 waren dat er 36 tot 45. Wellicht heeft het atlaswerk ook hier een invloed gehad. Naar schatting broedden er dit jaar 65 tot 75 paartjes Roodborsttapuiten in onze regio. De Putter zette zijn opmars door en is helemaal terug als broedvogel, zelfs midden in de stad. We schatten onze lokale populatie op tot 40 tot 50 broedkoppels (15 tot 20 in 2019).

Bijzondere broedvogels

Wespendieven laten zich als broedvogel zeer moeilijk in kaart brengen. Ze leggen tijdens het broedseizoen grote afstanden af om te foerageren, zitten tijdens het jagen vaak langdurig stil in bosrijk gebied en baltsen (het ‘vlinderen’) gebeurt lang niet altijd in de omgeving van de broedlocatie. De spreiding van waarnemingen doet ons 8 broedparen vermoeden. Van Havik hebben we een concreter beeld en schatten we de broedpopulatie eveneens in op 8 paartjes. Daar was 20 à 30 jaar geleden gewoon geen sprake van. Het succes van de Havik gaat doorgaans wat in het nadeel van de Boomvalk, want die staat op zijn menu. Er zitten 4 tot 6 paartjes boomvalk in de regio. Ze zijn echter moeilijk in kaart te brengen: ze laten zich vooral laat op het seizoen inventariseren en zijn dan vaak vooral in de avond actief.

Scholeksters doen het goed tegenwoordig en dat hebben ze vooral aan hun adaptatievermogen te danken (een tip voor de Kievit). Verschillende paartjes broeden tegenwoordig op daken van industriële gebouwen en weten op die manier predatie te vermijden. Ook vogels die naast kleine waterreservoirs van landbouwbedrijven broeden, blijken het doorgaans te halen. We schatten het aantal voor de regio op 11 tot 15 broedpaartjes. Ondanks het feit dat de coronacrisis de jaarlijkse onderhoudsbeurt van het broedeilandje verhinderde, kwamen er toch 3 tot 5 paartjes Visdieven tot broeden (8 in 2019). Maximaal werden er 10 juvenielen geteld. Net daarvoor waren Kokmeeuwen er al met nestbouw begonnen. Vermoedelijk kwam een 10-tal paartjes tot broeden maar een concrete telling was onmogelijk door de hoog opgeschoten begroeiing. Het was voor onze regio van eind jaren ‘80/begin jaren ’90 geleden dat er Kokmeeuwen broedden op het voormalig stort van Emblem (nu sportvelden).

Een nieuwkomer als broedvogel is de Halsbandparkiet, waarvan er naar schatting 1 tot 5 paren (mogelijk al meer) aanwezig zijn. Ook de vorige jaren werd er mogelijk al door een enkel paartje gebroed. Van de erg zeldzaam geworden Matkop schatten we de lokale broedpopulatie nog in op 10 tot 15 territoria (net als in 2019) maar mogelijk blijven een aantal koppeltjes onopgemerkt, ze kunnen immers langdurig stil blijven. We krijgen de indruk dat de Veldleeuwerik langzaam aan uit zijn diepste dal kruipt. Nu en dan duikt er hier en daar een nieuwe zangpost op en het aantal territoria wordt geschat op 8 (4 à 5 in 2019). De zangposten van Wielewaal wijzen dit jaar op een 5-tal zangposten (zelfde als 2019), maar het is heel moeilijk in te schatten hoe ver territoriale vogels zich verplaatsen, en de vraag is of er ergens daadwerkelijk werd gebroed.

Voor onze regio was er dit jaar slechts één vast territorium van Braamsluiper en het totaal aantal territoria schatten we tussen de 1 en de 4 paartjes. Vroeger zat de Grote Lijster wijd verspreid in Vlaanderen maar nu zijn ze overal sterk achteruit gegaan. In onze regio waren ze nooit echt algemeen en we tellen nog 3 tot 5 territoria (5 tot 10 in 2019). Een soort die het dit jaar terug iets beter leek te doen (ook elders in Vlaanderen) is de Grauwe Vliegenvanger, er werden 10 tot 15 territoria opgetekend. Nog beter scoort de Bonte Vliegenvanger, die de laatste jaren steeds vaker wordt gezien en gehoord, we telden dit jaar 34 zangposten (14 in 2019). Moeilijker is het dan weer voor de Gekraagde Roodstaart, die met 2 tot 5 territoria alleen in het noorden van onze regio te vinden is. Echt talrijk waren ze hier nooit. Dramatisch is het helaas gesteld met de Ringmus, ooit algemeen, nu nog amper 3 tot 5 broedpaartjes. Hopelijk zitten er hier en daar nog een paar onopgemerkt in natuurlijk holtes. Van de Gele Kwikstaart tekende we 16 tot 20 territoria op. De Grote Gele Kwikstaart broedde voor de eeuwwisseling niet in onze regio maar tijden veranderen: we spreken nu over 16 tot 20 paartjes. Daarvan zit er eentje steevast midden in de stad Lier aan de Vismarkt. Graspiepers lijken stand te houden met 6 tot 10 broedpaartjes. Met 8 zangposten van Boompieper zit deze soort stilaan in de lift bij ons. De Kneu leek de afgelopen decennia nagenoeg verdwenen uit ons landschap, maar zien we daar een kentering? Dit jaar tekenden we 14 tot 20 paartjes op, vorig jaar 10 tot 15. Helemaal verrassend is de opkomst van de Appelvink, het lijkt erop dat zo’n 14 tot 20 paartjes hun stek zochten in onze regio. Dit zijn erg hoopgevende soorten. Hetzelfde voor Goudvink, lang de grote afwezige, maar nu aanwezig met 5 à 7 paartjes.
Meer van dat!

Zeldzame broedvogels

Eén van de grote ‘stoefsoorten’ van onze regio is zeker de Roerdomp: minstens 1, mogelijk 2 territoria zaten nog in een afgesloten gebied in Pulle. Rust is een belangrijke vereiste voor deze soort. Helaas geen territorium van Woudaap dit jaar, we kijken uit naar een zomer dat die nog eens jongen grootbrengt. Ook op Ooievaars blijft het wachten (als broedvogel toch), vooralsnog werd er geen territoriaal gedrag opgemerkt. Ook Aalscholvers broeden voorlopig nog niet in de regio, al werd er een paar jaar geleden wel al eens nestbouw vastgesteld in Nijlen. Hij hoort ongetwijfeld tot onze toekomstige broedvogelsoorten. Er zat alweer een territoriaal paar Bruine Kiekendieven in Pulle. Kan de Sigma-uitbreiding in de Beneden Netevallei in de toekomst een extra paartje aantrekken? Eén van de grote verrassingen van het jaar was de Kwartelkoning, die zich 2 jaar geleden al eens settelde in het Viersels gebroekt. Dit jaar telden we zo maar eventjes 4 zangposten! Ze bleven meerdere dagen (of nog langer) aanwezig maar het is onmogelijk om in te schatten of er daadwerkelijk werd gebroed, laat staan dat er jongen waren. Met behulp van een drone werd getracht zingende vogels te lokaliseren, een belangrijke oefening om de risico’s op uitmaaien in de toekomst te beperken.

Kwartelkoning op 15 juni in het Viersels Gebroekt (Foto: Wannes Dermout/Falcoflight)


Het inzetten van een drone, hier op initiatief van ANB, kan helpen om de exacte roeplocatie van Kwartelkoningen te bepalen, en het uitmaaien verhinderen.

Na enkele jaren met (tijdelijke) zangposten van Nachtzwaluwen op de Kesselse Heide (2006 en 2019) werd er dit jaar effectief gebroed. Het nest werd gelokaliseerd maar vanwege de precaire plaats ervan niet bekend gemaakt. Bij controle of er jongen waren bleken de eieren te zijn uitgekomen maar van jongen was geen spoor (al kunnen die gemakkelijk overkeken worden). Predatie van de jongen na het uitkippen wordt als meest waarschijnlijke scenario geacht. Hopelijk zien we hier volgend jaar wel uitvliegers… Dit is het eerste na-oorlogse broedgeval van deze soort binnen onze regio! In tegenstelling met de vorige jaren werd dit jaar geen territoriale Oehoes gezien of gehoord. Nochtans is de kans zeer groot dat de soort permanent aanwezig is als broedvogel binnen onze regio. Ook elders in de provincie boomt de soort, een artikel over die toename verschijnt in Natuur.oriolus 2020-3. De extreem zeldzaam geworden Zomertortel scoorde dit jaar 9 territoria. Hopelijk brachten toch enkele paartjes jongen groot. Het aantal broedende Middelste Bonte Spechten in de regio wordt tussen de 16 en 25 paartjes geschat. Het aantal territoria van Zwarte Specht bedraagt nu al 6 paren. Ons vast koppeltje Slechtvalken op de Sint-Gummaruskerk bracht dit jaar 3 jongen groot. Ook elders in Vlaanderen lag de reproductie lager dan normaal. Voor het eerst werden de Lierse jongen niet op het nest geringd (vanwege corona), al kreeg een ‘vroegspringer’ wél metaal rond de poot na een gratis nachtje VOC Neteland. Hij werd succesvol terug in de buurt van het nest geplaatst. Wie had ooit durven dromen dat de Grauwe Klauwier na meer dan een halve eeuw afwezigheid terug zijn opwachting zou maken als broedvogel. Helaas geen uitgevlogen jongen in onze regio, maar nestbouw van een paartje in Varenheuvel is meer dan voldoende om de soort terug te kunnen noteren in onze broedvogellijst. Ook elders in de provincie werden eerste broedgevallen of territoriale vogels genoteerd (Brecht, Kalmthout, Boechout). En nog meer goed nieuws: het heideherstel in de Kesselse Heide van de afgelopen jaren leverde 3 zangposten van Boomleeuwerik op. Of er jongen waren is niet duidelijk. Een Snor hield territorium in Pulle. Andere waarnemingen van zingende vogels waren te kort om van een territorium te kunnen spreken. Sluiten we af met nog een nieuwe voor de regio? Een Graszanger zong 16 dagen lang in het Viersels Gebroekt. Geen broedgeval, al is het niet uitgesloten dat de vogel er nog steeds verblijft. Naar inventarisatienormen zijn 16 dagen meer dan voldoende om over een volwaardig territorium te spreken.

Oproep

Bedankt aan alle waarnemers om hun gegevens in te voeren in waarnemingen.be. Aan iedereen de oproep om bij invoer van waarnemingen tijdens het broedseizoen, steeds de meest passende broedcode te selecteren (Adult in broedbiotoop of Zingend/baltsend is veel beter dan Ter plaatse, vooral wanneer het om nest-indicerende waarnemingen gaat zoals nestbouw, bezet nest, jongen etc.
Ook het plaatsen van de waarnemingsstip op de plaats waar de vogel zich bevindt, zou onze analyse aanzienlijk vergemakkelijken.

 

Gerald Driessens
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.